Alles wat u moet weten over valbeveiliging....


Bij werken op hoogte, bestaat altijd het risico op vallen met letsel of zelfs de dood tot gevolg.
 

Van alle arbeidsongevallen, vooral die met een dodelijke afloop,
bestaat een groot percentage uit ongevallen die verband 
houden met werken op hoogte.
 

De Europese wetgeving voor industriële veiligheid verplicht werkgevers om maatregelen te nemen
zodat werknemers veilig op hoogtes kunnen werken.

Werkzaamheden moeten, waar mogelijk, worden uitgevoerd in het gebied waar het risico op vallen minimaal is.


Wanneer dit echter niet mogelijk is, moeten de nodige veiligheidsmaatregelen worden getroffen
om de veiligheid van de werknemer te waarborgen.

Hierbij geldt dat collectieve beschermingsmiddelen (leuningen en veiligheidsnetten) de voorkeur hebben
boven persoonlijke beschermingsmiddelen (individuele valbeveiligingssystemen).


Bij de keuze voor beschermingsmiddelen moet men rekening houden met de uit te voeren werkzaamheden. 
Alleen goed geïnstrueerd personeel mag de benodigde beschermingsmiddelen kiezen en gebruiken.

Een werkgever is verantwoordelijk voor het goed plannen en begeleiden van de werkzaamheden.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen (harnasgordels, vanglijnen, enz.) moeten iedere 12 maanden worden gecontroleerd.
Naast deze jaarlijkse controle, moeten veiligheidssystemen voor elk gebruik worden gecontroleerd.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) die beschermen tegen valgevaar moeten voldoen aan de geharmoniseerde
Europese normen (EN). De CE-markering, inclusief de norm die van toepassing is, moeten zijn weergegeven op de beschermingsmiddelen.

Het gekozen valbeveiligingssysteem speelt een bepalende rol in de bescherming van werknemers tegen valgevaar.
Wanneer het vanwege organisatorische, technische of financiële redenen niet mogelijk is om permanente valbeveiligingssystemen te plaatsen,
moeten collectieve beschermingsmiddelen zoals netten of leuningen worden gebruikt.

Veelvuldig worden steigers, takels en mobiele platforms gebruikt om te zorgen dat werknemers gemakkelijk en veilig de werkplek
kunnen bereiken. Wanneer deze systemen niet kunnen worden geplaatst, moeten persoonlijke valbeveiligingssystemen worden gebruikt.

Persoonlijke valbeveiligingssystemen moeten worden gebruikt wanneer de werkplek niet voorzien is van valbeveiligingen en wanneer
gewerkt wordt aan palen, masten en andere hoge constructies waarbij de rope-access-methode wordt toegepast.



Functies van persoonlijke valbeveiligingssystemen:
1) de mogelijkheid om de positie aan te passen tijdens het uitvoeren van werkzaamheden en voorkomen dat de werknemer zich op een
plek bevindt waar hij of zij kan vallen; conform EN 358 (Persoonlijke uitrusting voor werkplekpositionering en ter voorkoming
van vallen - gordels voor werkplekpositionering en -behoud en verbindingsmiddelen voor gordels);

2) wanneer men valt - de val stoppen, de krachten die vrijkomen beperken en zorgen dat de betrokkene veilig op hulp kan
wachten; conform EN 363 2005 (Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – persoonlijke valbeveiligingssystemen).

 

Werknemers en leidinggevenden die een specifieke cursus gevolgd hebben, beslissen welke werkwijze en welk 
valbeveiligingssysteem moet worden gebruikt.

 
Valbeveiligingssystemen


Methoden om werkplek te bereiken


EN358 en EN363

 

Een valbeveiligingssysteem bestaat uit drie onderdelen:

1. Een ankerpunt 
Het ankerpunt vormt het belangrijkste onderdeel van een persoonlijk valbeveiligingssysteem. Het ankerpunt is bevestigd aan de werkplek en zorgt dat het persoonlijke beveiligingsmiddel kan worden vastgemaakt aan een verankeringspunt. Het moet voldoen aan de norm EN 795.
Er zijn vaste ankerpunten (bijv. horizontale systemen met stalen kabels, verankeringspalen) en mobiele ankerpunten (driepoten, horizontale ankerlijnen, lijnklemmen, harnasgordels en handgrepen).
Ankerpunten moeten worden vastgemaakt aan een stabiele, vaste constructie die de uitgeoefende krachten kan weerstaan. 

2. Verbindingen met valdemping
Dit onderdeel vormt de verbinding tussen het harnas en het ankerpunt. Wanneer iemand valt, zorgt de verbinding met valdemping dat de val wordt afgeremd en de krachten die vrijkomen tijdens de val worden geabsorbeerd. De valdemper absorbeert de bewegingsenergie zodat krachten die vrijkomen bij de val tot een veilige hoeveelheid (lager dan 6 kN) worden teruggebracht. Zo wordt levensbedreigend letsel als gevolg van 
het plotseling stoppen van de val voorkomen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van vanglijnen met geïntegreerde valdemper, valstopapparaten en andere schokdempers.

 

3. Harnasgordels
De belangrijkste functie van een harnasgordel is te zorgen voor een geleide val waarbij de krachten die vrijkomen tijdens het stoppen van de val goed worden verdeeld. Daarnaast moet de harnasgordel zo zijn ontworpen dat een betrokkene na de val veilig en op redelijk comfortabele wijze kan wachten op hulp. In de Europese norm EN 361 wordt duidelijk omschreven hoe een harnasgordel die bedoeld is als beschermingsmiddel moet worden ontworpen. Alleen een harnasgordel die is voorzien van schouder- en beenbanden mag worden gebruikt als valbeveiliging. Het is niet toegestaan om alleen heupgordels of beenbanden voor bergbeklimmen te gebruiken als valbeveiliging. Goede harnasgordels zijn ergonomisch ontworpen en garanderen comfort tijdens het werk. Afhankelijk van het type is een harnasgordel 
voorzien van een of meer ankerpunten waaraan de vanglijn en de positioneringsgordel (indien het een harnas met heupgordel is) wordt vastgemaakt. Het aantal en de positie van de ankerpunten 
bepaalt de toepassingsmogelijkheden van een harnasgordel.


Valbeveiliging onderdelenValbeveiliging onderdelen 2




Een persoonlijk valbeveiligingssysteem is de ideale oplossing voor situaties waar andere valbeveiligingssystemen niet kunnen worden gebruikt.
Het systeem dient niet ter voorkoming van een val, maar dient een val te stoppen en de gevolgen van de plotselinge stop te beperken.
Bij het samenstellen van een persoonlijk valbeveiligingssysteem moet rekening worden gehouden met de volgende risicofactoren:

Minimaal benodigde vrije ruimte
Iemands val moet zo snel mogelijk, na de zogenaamde vrije val, worden gestopt. Wanneer iemand in aanraking komt met een oppervlak of obstakel tijdens het
vallen, kan dit de dood tot gevolg hebben. Om dit te voorkomen, moet er "vrije ruimte" beschikbaar zijn onder de gebruiker.
Zorg dat in deze ruimte geen obstakels zijn die iemand tijdens zijn val kan raken. Houd bij het vaststellen van de hoogte van de vrije ruimte rekening
met de kenmerken van de vanglijn en de positie van het ankerpunt ten opzichte van de gebruiker.

Positie van het ankerpunt
De vrije val moet zoveel mogelijk worden beperkt. De hoogte van het ankerpunt ten opzichte van de positie van de gebruiker bepaalt de duur van de vrije val.
Wanneer het ankerpunt van de vanglijn zich boven de gebruiker bevindt, is de duur van de vrije val minimaal. Een ankerpunt dat zich echter ter hoogte
van de voeten bevindt, leidt tot een langere vrije val. Houd hier rekening mee om te voorkomen dat iemand tijdens het vallen een oppervlak
of obstakel raakt. Het ideale ankerpunt bevindt zich recht boven de gebruiker.

Slinger-effect
Houd bij de keuze van de positie van een ankerpunt rekening met het slinger-effect. Een gebruiker bevindt zich mogelijk in een positie waar hij
een obstakel of oppervlak raakt wanneer hij valt. Houd daarom altijd rekening met de werkhoek. De werkhoek kan de werking van sommige 
valstopapparaten, zoals valblokken, negatief beïnvloeden.


LET OP: Lees bij het maken van een risicoanalyse altijd de handleidingen van de verschillende onderdelen van het valbeveiligingssysteem door om correct 
gebruik ervan te garanderen.




Minimaal benodigde ruimte

Positie ankerpunt

Slingereffect




VOORBEELDEN VAN VALBEVEILIGINGSSYSTEMEN

Voorbeelden valbeveiligingssystemen